|
Reisverslagen
-
voorjaarsreis 2005 - Een dag in Pulingui
-
zomerreis 2005 - Inge Boef
voorjaarsreis 2005 - Een dag in
Pulingui
De nieuwe dag
begint met een stroomstoring. In het schemer trekken wij ten
ontbijte en vervolgen met de dagopening. Ik vraag Karin het
licht aan te doen en krijg een draai om de oren als zij vergeefs
een aantal malen het knopje heeft omgedraaid. We gaan weer
lekker aan het werk op de kerkvloer. Hetzelfde werk als
gisteren, maar met nieuwe grappen en grollen. Pos pos is de
Spaanse vertaling van poe poe en het wordt te passos en te
onpassos gebruikt. De kruiwagens, met massieve bandjes zijn zo
slecht dat ik eerst maar eens bij de smid langs ga om er iets
stevigs van te maken.
Meestal is de top van de Chimborazo, met zijn 6310 meter(!), in
de wolken verborgen, maar vandaag is de berg volledig vrij van
bewolking en staat met een besneeuwde top trots te schitteren in
het zonlicht.
We werken de hele dag aan de vloer van de kerk. Zand eruit,
rotsblokjes erin en alles strak gelegd onder toeziend oog en
volgens aanwijzingen van Pasqual. Hij is de opzichter en vertelt
ons precies wat te doen. Wij leren al snel een beetje Spaans en
zelfs een paar Quechua woordjes.
We lachen heel wat af en voor je het weet is de dag weer
voorbij.
De hele dag door drinken we liters water en zo langzamerhand
raakt ons lijf gewend aan het werken op deze hoogte.
Aan het einde van de dag wacht ons weer het maaltje rijst en nu
al hoor je hier en daar de verzuchting: “wat heb ik zin in een
maaltje aardappels, met boontjes en een gehaktbal”.
Na het eten, de avondsluiting en een kop coca-thee, vlug naar
bed. We moeten goed rusten, want morgen moeten we vroeg uit de
veren en gaan we de Chimborazo beklimmen
Dat is het mooie van deze reis. We zijn wel veel aan het werk,
maar zien ook veel van het land.
Cornie Sturing,
deelnemer aan de voorjaarsreis 2005.
Inge Boef, docente godsdienst aan het Christelijk
Lyceum in Veenendaal is in de zomervakantie in Ecuador aan het werk
geweest. Ze is in de zomer 2005 meegeweest met de reis naar Pulingui.
Hierbij haar verslag, over de bouw, maar ook over criminelen, lieve
mensen, primitieve omstandigheden, cavia als hoofdgerecht, de jungle,
Indianen, vlinders en buikkramp.
14
juli
Vroeg in de morgen vertrok ik met grote tassen en 96
kindertandenborstels naar Schiphol. Mijn negen reisgenoten stonden al te
wachten. Na een innig afscheid van mijn paps en mams stapte ik in het
vliegtuig naar Madrid. Een vliegreisje van 3 uur om alvast wat op te
warmen voor de volgende vliegtocht van 10 uur naar Quito. Terug in de
tijd met een tijdsverschil van 7 uur. Om 4 uur in de middag kwamen we in
Quito aan. Met een minibusje werden we naar het hotel gebracht. ’s
Avonds in een restaurantje gegeten en de eerste echte Ecuadoriaanse jugo
gedronken (verse frambozensap). Na de vele vlieguren vroeg naar bed.
15 Juli
Om 7 uur moesten we opstaan. Ons eerste Ecuadoriaanse ontbijtje bestond
uit popcorn, tosti, roerbakei (hueves), jugo en café con leche. Een
stevige bodem voor een busreis van Quito naar Pulingui via Riobamba, in
totaal bijna 5 uur. Het Ecuadoriaanse busleven is bijzonder: bussen
lijken net huisjes en de tv of de radio staat continu aan. Met
Quechuamuziek (muziek van de Quechua-indianen) of muziek van de
Ecuadoriaanse popheld Juanes. Tijdens de busreis blijft de deur open en
komen er steeds mensen en kinderen binnen die van alles proberen te
verkopen: eigen gemaakte ijsjes, bananenchips, lollie’s, drinken.
In de bus van Quito naar Riobamba maakte ik kennis met Bartel en de
Ecuadoriaanse criminelen. Een man liet geld bij mijn stoel vallen. Ik
keek even naar beneden maar liet het hem zelf oprapen. Daarna verdween
de man met een andere man uit de bus. De Ecuadoriaan aan de andere kant
van het pad vertelde mij in het Engels dat hij probeerde mijn tas te
stelen. Ik pakte vervolgens mijn tas van het bagagerek en zette deze
tussen mijn benen.
In Riobamba stonden mensen uit Pulingui ons op te wachten. Het volgende
busreisje mochten we op het dak van de bus zitten wat ons een mooi
uitzicht gaf en onze huid al mooi kleurde!
Aangekomen in Pulingui maakte we kennis met de mensen en ons verblijf.
Pulingui is een klein dorpje aan de voet van de (niet meer actieve)
vulkaan de Chimborazo op een hoogte van 3500 meter. De grond bestaat uit
vulkaanzand.
We kregen ons eerste middageten van onze kokkin Rosa. Een bord met
rijst, vlees en een beetje groen. Na het middageten hebben we een
wandeling naar Tunsalau gemaakt. Tunsalau is een dorpje van ongeveer 40
minuten lopen afstand van Pulingui. Ook daar bouwen ze aan een gebouw
dat moet functioneren als kerk en dorpshuis.
We werden door Alberto uitgenodigd zijn huis te zien en bij hem thee te
drinken. Alberto is een student van een jaar of 20. Hij heeft een aantal
jaar terug een spijker in zijn oog gekregen waardoor hij aan 1 oog blind
is. Hij studeert in Riobamba aan de universiteit waar voornamelijk
studenten van rijke huize studeren. Na een lesdag keert hij terug naar
zijn plattelandsdorpje. Ze hadden drie gebouwen. Een gebouw was de
slaapplaats van Alberto en zijn broertje. Alberto had daar ook een
computer staan die hij van 4You gekregen had voor zijn studeren. In een
ander gebouw sliepen de ouders van Alberto en zijn twee zussen. En dan
was er nog 1 gebouw waar er gekookt en gegeten werd en waar wij op
balken thee hebben gedronken. De zussen van Alberto werken als kokkinnen
bij rijke mensen in Riobamba.
Vol trots liet Alberto hun cavia-kwekerij zien: een hok waar ongeveer 15
dikke, grote cavia’s zaten. In Ecuador heet het cuy of Guinees biggetje.
Cuy is een traditioneel indiaans gerecht. Dankzij de snelle voorplanting
(een vrouwtje werpt tot vier keer per jaar gemiddeld drie jongen per
worp) vormt cuy een belangrijk alternatief voor het vrij kostbare
varkens-of rundvlees.
16 Juli
De haan en de ezel als wekker… half 7 uit bed. Brood gegeten met beleg:
jonger dan jonge kaas of passievruchtjam. De mensen eten hier zelf
alleen brood als ontbijt dat ze in de thee dopen. Na het eten een
gezamenlijke dagopening en dan aan het werk. Barrie en ik keken maar
gewoon wat de Ecuadorianen deden en gingen hetzelfde doen: stenen en
gruis verzamelen in kruiwagens om een vloer mee te kunnen maken. Het is
de bedoeling dat wij bouwen aan de ingang van een grote zaal. Die zaal
hoort bij de schoollokalen die jaren geleden al eerder gebouwd zijn door
Compassion. De zaal moet gebruikt worden voor dorpsbijeenkomsten,
kerkdienst, sportzaal en eetzaal voor de kinderen. De schoolkinderen
krijgen tussen de middag nu buiten te eten. Alle schoolbankjes worden
dan naar buiten gesleept en in een grote kring gezet. Van de giften die
4You binnen krijgt wordt bouwmateriaal gekocht: betonijzer, cement,
deuren, ramen, etc.. De aanschaf van een deur was nog niet in de
begroting opgenomen. 4You zal de gift van het CLV hieraan besteden. Als
de deur geplaatst is sturen ze me een foto.
Het dorp heeft 3 schoollokaaltjes met stoelen en tafels. Kinderen uit de
omgeving (ongeveer 4 kleine dorpjes) krijgen daar les. Dat zijn ongeveer
350-400 leerlingen. Sommige kinderen moeten daarvoor 40 minuten naar
school lopen.
Het was stralend weer. Tot half 1 gewerkt en toen tijd voor het
middageten: rijst met vlees en tomaat en komkommer.
Na het eten hebben Martine en ik kennisgemaakt met 4 meisjes: Paola,
Erica, Mariela en?
Een van de meisjes moest plassen en hurkte gewoon naast ons neer. Dat
was bijzonder om te zien. Later zagen we dit wel vaker. Of als we
vroegen waar de wc was dan begonnen ze te lachen en spreidden hun armen
en zeiden: overal!!
Gelukkig hadden we bij ons verblijf wel toiletten, een wasbak en een
douche. Dat was de enige douche in het dorp (dus alleen voor gasten)
maar je wist nooit of er warm water uit zou komen of niet. Op het toilet
moest je je vieze wc-papier in een prullenbak gooien, dat was in heel
Ecuador zo, vanwege de slechte rioleringsbuizen.
Naar Tunsalau gewandeld om een voetbalwedstrijd te zien tussen Pulingui
en Tunsalau. Tijdens de wandeling veel leuke indrukken op gedaan van
huizen, mensen die op het land werken, mensen die met schapen over de
weg liepen of met een ezel die bepakt was met gemaaid gras. Mensen die
kleren aan het wassen waren in het stromende (smelt)water van de
Chimborazo.
De huizen bestaan meestal uit 1 vertrek en buiten lopen allerlei
beesten.
Om kwart voor 5 teruggelopen en toen lekker koud gedoucht. Brr…
Na het eten een spelletje gedaan en rond half 10 in bed.
17 Juli
Zondagochtend, niet zo vroeg uit bed. Half negen ontbijt, omelet met
brood. Het was een koude ochtend maar toch trokken we braaf onze rokjes
aan voor de plaatselijke kerkdienst. We hebben vier liedjes gezongen, 2
in het Spaans en 2 in het Nederlands. Het was bijzonder om te zien hoe
mensen daar hun geloof vorm geven. Ze zongen in het Quechua en de
dominee preekte ook in die taal. Moeilijk voor ons te volgen dus.
De dominee is een aantal jaar geleden tot bekering gekomen toen hij aan
de kust van Ecuador woonde. Hij keerde terug naar Pulingui maar werd
door de plaatselijke bewoners bedreigd om zijn getuigenis.
Na de dienst zijn Gerwin en ik met een vrouw mee naar huis gegaan. We
kwamen in een huisje waar een man op een blok hout vlees in stukken aan
het hakken was. Het vlees kwam van een alpaca. Soms kwamen er mensen
vlees bij hem kopen. Met een Spaans woordenboek erbij hebben we wat
gepraat. En met de 3 kinderen gespeeld: Louis, Johny en Micha. Een ander
kind van hen was overleden.
Na een tijdje moesten we mee naar een ander vertrek (huisje). Daar
kregen we thee, brood en vlees (taai). Dat laten ze je jou alleen
opeten. We hebben vriendelijk bedankt voor de gastvrijheid.
De meeste mensen eten hier rijst met aardappelen, maar vlees wordt
zelden gegeten omdat het duur is.
18,19 Juli
Twee werkdagen. Ik heb beton ijzer gebogen. Een man heeft mij voorgedaan
hoe ik dat moest doen. Een staaf ijzer moest gebogen worden langs een
aantal spijkers in de werkbank. Dat deed je door een holle ijzeren staaf
in de staaf betonijzer te steken en dan keihard te trekken. Het duurde
even maar uiteindelijk kreeg ik ook mooie vierkantjes!
Toen er genoeg vierkantjes waren konden de vierkantjes aan 4 lange
betonijzerstaven gevlochten worden. Dat gebeurde met kleine
ijzerdraadjes waar je handen van open gingen. Vrouwen en kinderen
werkten gewoon mee. Ook een vrouw die een kind op de rug droeg. Tijdens
het werken krijg je wel bewondering voor de werkhouding van deze mensen.
Het werken gaat langzaam, ze hebben geduld en werken hard. Mensen nemen
een dag vrij om mee te helpen bouwen aan de school/kerk, maar dat
betekent wel dat ze ook een dag (of meerdere) geen inkomsten hebben. En
naast hun baan hebben ze ook vaak nog een stuk land en dieren waar ze
voor moeten zorgen.
Een Ecuadoriaan verdient ongeveer 1 dollar per uur. Pascal is een soort
van toa op de universiteit in Riobamba en verdient 2 dollar per uur, dat
is omgerekend ongeveer 1 euro 60. Een enorm verschil met mijn inkomen.
20 Juli
Vandaag een treinreis gemaakt door de Andes. Vanochtend om 5 uur uit bed
om te zorgen dat we om 6 uur in Riobamba waren. Dat was nodig om er
zeker van te zijn dat we op de trein konden zitten. De trein bestond uit
3 gewone wagons, waar je in kon zitten. Daarvoor waren een aantal
goederenwagons geplaatst waar je bovenop kon zitten en veel toeristen
willen dat graag vanwege de mooie uitzichten en foto’s die je kunt
maken. ’s Ochtends was het wel erg koud dus ik had me goed ingepakt. De
trein ging erg langzaam. Halverwege stopten we om hout in te laden.
Barrie, Bartel en Freddie hebben daarbij nog een handje geholpen. De
trein ging van Riobamba naar Alausi. Alausi lag een stuk lager dus daar
was het een stuk warmer. Onder mijn broek had ik een korte broek
aangetrokken, zodat ik in Alausi lekker mijn benen kon laten bruinen. In
Alausi hebben we wat gegeten en daarna met de bus terug naar Riobamba.
Vlak voor het eindstation had ik erge buikkramp. Op het station meteen
naar de wc gelopen en ja hoor… diarree!
In Riobamba nog even vanuit een internetcafé het thuisfront op de hoogte
gesteld van mijn welzijn. Om 7 uur waren we weer thuis voor het
avondeten. Ik heb alleen de soep gegeten en ben meteen daarna naar bed
gegaan.
21 Juli
Afgelopen nacht had ik slecht geslapen. Ik liep om de haverklap naar de
wc. Vanochtend eerst diarreeremmers geslikt. ’s Ochtends heb ik gewerkt,
weer betonijzer gevlochten terwijl de anderen beton gestort hebben. Na
het middageten ben ik naar bed gegaan en wat verloren slaapuurtjes
ingehaald. Ik heb bewondering voor de gelijkwaardigheid tussen mannen en
vrouwen. Op de werkvloer, maar ook in hoe mannen voor kinderen zorgen.
24 Juli
Vroeg uit bed voor de eerste bus naar Riobamba. Daar hebben we een
kerkdienst bijgewoond. De kerkdienst was evangelisch van aard. Er waren
veel mensen aanwezig en natuurlijk vielen wij als buitenlanders op. Het
was bijzonder om deze dienst mee te maken en te zien hoe Ecuadorianen
hun geloof beleven. Het ging over omgaan met rijkdom, het delen met
mensen die veel minder hebben. Dat klonk mij als westerse die een tijd
bij mensen woont die het materialistisch gezien veel armer hebben wel
bijzonder in mijn oren, hoe deze mensen hoe dan ook gehoor willen geven
aan deze oproep uit de Bijbel.
Na de kerkdienst hebben we in Riobamba rondgelopen en met Eusebia bij de
Gus gegeten, een Ecuadoriaanse Mc Donalds. Na een gevulde maag hebben we
heerlijk in de zon in het park gelegen.
Daarna hebben we een bezoekje gebracht aan The Ark Children’s Homes, een
weeshuis. Ron en Glenda Allan zijn uit Canada gekomen om in Riobamba
zorg te dragen voor Ecuadoriaanse kinderen die om allerlei verschillende
redenen niet meer thuis konden wonen. Ron en Glenda hebben zelf 10
kinderen en toen ze in Riobamba kwamen wonen werden er als vanzelf
kinderen bij hen gebracht door het kinderziekenhuis, de politie en
sociale diensten. Op dit moment hebben ze 75 kinderen in het weeshuis.
Mensen in Ecuador willen over het algemeen geen kinderen adopteren omdat
ze er geen geld voor krijgen en het toch weer een extra mond is die
gevuld moet worden.
Op een gegeven moment stond er een peutertje voor me en ik trok hem op
mijn schoot. Ron vertelde me dat hij uit huis weg was gehaald omdat zijn
vader alcoholist was en daarbij agressief was. Toen ik dat hoorde ging
er veel door me heen. Een gevoel alsof ik hem zo mee wilde nemen. Diepe
bewogenheid.
Ik vroeg aan Glenda of zij de kinderen ook les gaf en vertelde dat ik
dat vroeg omdat ik zelf les gaf. Ze zei dat er net maandag een vacature
in de krant zou komen met de vraag voor een goede leraar/lerares voor de
kinderen en vroeg of ik er wel eens over gedacht had om les te gaan
geven ‘overseas’. Kennelijk had ze het aan haar man doorgegeven want
vervolgens kwam hij een praatje met mij maken. Ik vertelde hem dat ik er
wel over nadacht een tijd in het buitenland te willen werken, maar dat
ik me daar op dit moment te jong voor voel.
Ron en Glenda hebben ons naar Tunsalau gebracht. Daar hadden ze een
afscheidsdienst voorbereid en een heerlijke afscheidsmaaltijd klaar
gemaakt (konijn). In Tunsalau heb ik nog een middag een muur geschilderd
(grondlaag).
25 Juli
Vandaag was ik moe. Veel mensen waren ziek, dus we werkten maar met
weinig. ’s Middags heb ik pakketjes gemaakt met tandenborstels voor de
kinderen. Eind van de middag was er de afscheidsdienst. Ieder van ons
kreeg een kleedje met een alpaca erop als afscheidscadeau. Er waren veel
meer kinderen dan dat wij pakketjes hadden gemaakt.
Na de dienst kregen we onze rijke afscheidsmaaltijd. Schapenvlees,
pittige worstjes en natuurlijk cuy. ’s Middags hoorden we de cavia’s nog
piepen in de keuken en ’s avonds stonden er twee gebraden op tafel. Het
smaakt een beetje naar vis, zoiets als haring.
26 Juli
Vanochtend moesten we weer vroeg uit de veren om de Chimborazo te gaan
trotseren. Als ontbijt kregen we pannenkoekjes, volgens Rosa erg goed
ontbijt voor als je veel energie gaat verbruiken. Er gingen ook nog 15
mensen uit Pulingui mee. De bus bracht ons bij de eerste hut. Daar
moesten we lang op koffie of chocolademelk wachten omdat het lang duurde
voordat het water kookte. Het vuur kon weinig zuurstof trekken. Maar het
water kookte al bij 40 graden. Na de eerste hut liepen we eerst langs
een plek waar gedenktekens stonden van alle mensen die nooit de top
hebben kunnen bereiken. Dat was erg bemoedigend!
We hebben geklommen tot ongeveer 5300 meter hoogte. De top van de
Chimborazo is op 6310 meter hoogte. Aan het gesteente was goed te zien
dat het een vulkaan was, het gesteente was een beetje roodkleurig. Het
was een enorm zware klim omdat de lucht zo ijl is, weinig zuurstof. Na
drie stappen moest ik gewoon weer erg op adem komen.
Na de barre tocht konden we gelukkig relaxen in de warmwaterbronnen van
30, 40 en 50 graden. Dat was heerlijk, want onze douche geeft meer koud
water dan warm water.
Terwijl wij aan het badderen waren had onze kokkin Rosa gevraagd of ze
in de bar bij de bronnen de keuken even mocht gebruiken. Na een lekker
warm bad dus een lekkere maaltijd. Daarna terug naar Pulingui en de tas
in pakken voor ons vertrek. En toen snel in bed na een zware dag.
27 Juli
Na ons ontbijt afscheid nemen van de mensen die meer dan een week goed
voor ons hebben gezorgd en erg hartelijk waren. Mensen die ik bewonderd
heb. Een aantal mensen vroeg of ik volgend jaar weer terug kwam. Met de
bus naar Riobamba. De dominee, Eusebia en Manuel reisden nog mee tot
Riobamba. Voordat we met de volgende bus naar Baños zouden vertrekken
hadden we nog even tijd om over de markt te lopen waar fruit werd
verkocht maar ook veel dieren: kippen, honden, poesjes, konijnen,
eenden, ganzen en cavia’s. Een leuke plek om foto’s te maken. De
dierenbescherming zou dit eens moeten zien!
De busreis duurde 4 uur. Het was bijzonder om te zien hoe het landschap
veranderde. Van kaal gebergte veranderde het in prachtig groen gebergte
met watervallen. In Baños heb ik met Martine heerlijk lasagne gegeten en
een tijdje kaart gespeeld. Ook hebben we nog even met het thuisfront
gemaild en wat rondgekeken. Aan het eind van de middag de volgende
busreis naar Tena. Daar kwamen we in een mooie hotelkamer terecht. Het
was er een stuk warmer dus dit keer was een koude douche geen probleem.
Een kleine tas gevuld voor het komende verblijf in de jungle en toen
lekker slapen.
28 Juli
Vanuit het hotel in Tena met een jeep naar het begin van de jungle
gebracht. Iedereen kreeg een stel laarzen. Met rugzak op de rug eerst
iets meer dan een uur lopen/klauteren en toen kwamen we bij de cabaña,
een mooi houten huisje op palen op een kale plek midden tussen de bomen
en een rivier beneden. Al snel bleek dat er niet genoeg klamboes waren
en dus werd er voor Martine en mij een tent op gezet.
Bij de rivier konden we heerlijk zwemmen en onszelf en onze kleren
wassen. De wc was een houten hokje op palen afgesloten met een stuk
plastic. Naast de pot stond een grote emmer met water. Dat water moest
je precies op het gat mikken en dan spoelde al je bagger weg. Het
vereiste wat oefening…
We kregen wat te eten en daarna hebben we nog een middagwandeling
gemaakt met veel uitleg over bomen en vruchten. De gids was zelf
opgegroeid in de jungle en kon dus veel vertellen.
Voordat we aan de jungletocht begonnen maakte hij van een stengel van
een plant een soort draaggordel voor zijn fles met water. Ook vlocht hij
een soort van kroontje dat Martine moest dragen. Er was namelijk een
koningin van de jungle nodig om de boze geesten te verjagen.
Tijdens de wandeling liet hij een boom zien die hij ‘bloed van de draak’
noemde. Met zijn kapmes maakte hij een snee in de bast en er stroomde
rode vloeistof uit. Die vloeistof moest je op een wondje smeren en dan
werd het een soort van witte crème. Het wondje schijnt hierdoor beter en
sneller te genezen. Ook wees hij op een soort van ‘bladpad’ die
verscholen zat in een holletje in de boom. Ik was erg verbaasd hoe hij
die zag. Die pad leek net een blad van de boom. Ik kon er geen foto van
maken omdat het zo donker was.
De gids vertelde ook over een lopende boom. Dat is een boom met allerlei
uitlopende stammen aan de zijkant. Om met de top genoeg licht te vangen
maakt de stam nieuwe stammen aan in de richting van het licht. En zo kan
de boom in een bepaalde tijd verschuiven. Heel bijzonder.
Op een bepaalde plek liepen we door het water en onder de rotsen. Daar
liet de gids sporen van een dier zien (helaas was het moeilijk de naam
van het dier te vertalen) die daar ’s nachts kwam. Onder de rotsen was
het erg donker. De vleermuizen vlogen boven je hoofd langs.
Thuis gekomen waren ze druk bezig om tilapia’s te roosteren op vuur. De
tilapia’s werden in grote bananenboombladeren gewikkeld en geroosterd.
Het smaakte erg goed! Zodra het donker werd lekker naar bed. Halverwege
de nacht moest ik plassen en keek ik naar de sterren. Het was heel
helder en ik bedacht me dat de sterren die ik zag ik voor het eerst in
mijn leven zag, het zuidelijk halfrond. Het leken er veel meer, maar dat
kwam omdat er vanuit de jungle geen licht uitgezonden wordt.
Het Amazonegebied van Ecuador beslaat een oppervlakte van ruim 130.000
km².
Dit is bijna 50 procent van de totale oppervlakte van het land. In het
regenwoud komen op diverse plaatsen nog kleine leefgemeenschappen voor,
waarvan de bewoners weinig tot geen contact met de westerse beschaving
hebben gehad. Ze leven vooral in het door Peru en Ecuador betwiste
gebied in het zuidoosten van Ecuador. Deze groepen bestaan uit enkele
honderden tot, in het geval van de Shuar, 25.000 indianen. Deze laatste
groep kreeg van de westerlingen veel belangstelling vanwege het feit dat
zij het gebruik van koppensnellen pas in het recente verleden afzwoeren.
In een winkel in Quito kon je nagemaakte hoofdjes kopen die als het ware
door koppensnellers gekrompen was.
Tegenwoordig probeert men door onderzoek naar hun gezonde en natuurlijke
leefwijze bepaalde homeopathische natuurgeneesmiddelen te vinden.
29 Juli
Halfzeven uit bed en wassen bij de rivier. Goed ontbijt met roerbakei en
lekkere broodjes.
Drie uur klauteren door het primaire regenwoud naar de waterval. Mooie
orchideeën en gekleurde vlinders gezien. Halverwege de wandeling een
stop gemaakt om de jongens het ultieme tarzan-gevoel te geven door te
slingeren aan een liaan. Bijzonder hoe sterk zo’n ‘touw’ is. Onze gids
liet zien hoe je water kon vinden als je water op is: een bamboeboom
zoeken en de stam eraf hakken. Het water dat er dan uitstroomt is heel
schoon en zuiverend.
Het regenwoud is echt heel dicht begroeid. Boomstammen van wel 20 meter
lang en bij de wortel enorm breed. Soms was de tocht heel zwaar omdat er
geklommen moest worden en je goed moest zoeken naar plekken waar je je
voet neer kon zetten of omdat je over een boomstam moest lopen. De gids
liep erg hard en je moest de groep echt bijhouden want in het regenwoud
kun je echt de weg kwijt raken als je niemand meer ziet. Mensen
verdwijnen snel omdat het zo dichtgegroeid is.
Tenslotte kwamen we bij de waterval. De dag tevoren hadden Duitse
toeristen daar nog een aap gezien, maar wij helaas niet. De gids
vertelde dat de indianen in het regenwoud geloofden dat de goden in de
bergen woonden en bij de waterval was een plaats van verering. Het water
bij de waterval was erg koud maar toch hebben we allemaal onze kleren
uitgedaan en even gezwommen. Onze maag werd gevuld door aardappels op
een lapje vlees en heerlijke verse ananas toe. De smaak was zo echt
ananas, dat krijg je in Nederland nooit zo.
Weer terug bij de cabaña om ongeveer 4 uur. Erg moe maar nog even het
zweet eraf gezwommen in de rivier en toen heerlijk in de zon gezeten en
gekaart.
Na de jungle-trip zijn we nog in Otovalo en Quito geweest. De reis heeft
me geinspireerd en aan het denken gezet. Ik heb diepe bewondering voor
de mensen in Pulingui. Voor de manier waarop ze dagelijks aan het werk
gaan, de rust die ze daarbij uitstralen. De jungletrip heeft ook veel
indruk gemaakt, vandaar dat ik dat nog even heb toegevoegd. Prachtig,
die schoonheid van de natuur!
De reis was absoluut meer dan de moeite waard!
Ik heb concreet gezien hoe mensen afhankelijk zijn van ‘hulpbronnen’ om
de bouw van een school mogelijk te maken. Een dag vrij nemen betekent
voor deze mensen een dag geen inkomsten. En veel materiaal is
onbetaalbaar.
Ik ben trots op mijn collega’s en leerlingen die geholpen hebben deze
‘hulpbronnen’ aan te bieden aan deze hardwerkende mensen.
>>>meer info
>>>naar de reizen

|